
Proctoring maakt het mogelijk om digitaal toezicht te houden tijdens een examen, zonder dat een surveillant fysiek aanwezig hoeft te zijn. Dat kan bij een examen dat studenten thuis maken, maar ook wanneer hetzelfde examen op meerdere locaties wordt afgenomen. Een examencoördinator kan dan op afstand meekijken met het verloop van het examen.
Die vorm van toezicht brengt privacyvraagstukken met zichmee. Bij proctoring worden persoonsgegevens van studenten verwerkt en daarmeekrijgt een onderwijsinstelling te maken met de AVG.
Een onderwijsinstelling moet kunnen onderbouwen waarom proctoring nodig is enwelke persoonsgegevens daarvoor worden verwerkt. Volgens de AVG moet hettoezicht in verhouding staan tot het belang van een betrouwbaar examen en maghet niet verder gaan dan nodig is om dat doel te bereiken. Als minderingrijpend toezicht voldoende is, moet die mogelijkheid worden meegewogen.
Een voorbeeld hiervan is de zaak rond de UvA, waar tweestudentenraden en een student de inzet van proctoring door de rechter lietentoetsen. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat proctoring in die specifiekesituatie aan de AVG voldeed. Daarbij woog mee dat er voor de betreffendetentamens geen afdoende alternatief beschikbaar was en dat de verwerking vanpersoonsgegevens niet verder ging dan noodzakelijk.
Proctoringsoftware kan vaak meer registreren dan voor een examen nodig is. De AVG schrijft voor dat niet meer persoonsgegevens mogen worden verwerkt dan noodzakelijk. Een beschikbare functie hoeft dus niet automatisch te worden gebruikt.
Die verantwoordelijkheid loopt door na het examen. Het moetduidelijk zijn wie toegang heeft tot de gegevens, waar deze worden opgeslagenen hoelang ze worden bewaard.
Software kan daarnaast afwijkend gedrag signaleren. Zo'nmelding betekent niet direct dat er sprake is van fraude. De context en menselijke beoordeling blijven belangrijk voordat er conclusies aan worden verbonden.
Bij een zorgvuldige inzet hoort een geldige AVG-grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens. Individuele toestemming van studenten is daarvoor niet altijd nodig. Een onderwijsinstelling kan de verwerking, afhankelijk van de situatie, op een andere grondslag baseren. Proctoring opnemen in onderwijs- of examenregels kan onderdeel zijn van de afspraken met studenten, maar neemt de verplichtingen vanuit de AVG niet weg. Daarnaast moeten studenten vooraf duidelijk weten welke gegevens worden verwerkt, waarvoor deze worden gebruikten wat er na het examen mee gebeurt.
Proctoring kan daarmee een passende manier zijn om opafstand toezicht te houden. De mogelijkheden zijn uitgebreid, maar uiteindelijkdraait het om een gerichte inzet: alleen het toezicht dat nodig is om eenexamen betrouwbaar af te nemen, met zo min mogelijk impact op de privacy vanstudenten.
Neem contact op voor een vrijblijvende kennismaking
